Het Judo omvatte vroeger veel grondwerk en verschillende technieken. Doordat wedstrijdregels in de loop der jaren veranderen, zijn veel van deze technieken in de vergetelheid geraakt. Gelukkig vinden tegenwoordig ook veel van deze technieken hun weg terug naar het moderne Judo. Het Judo van vandaag is niet meer hetzelfde als het Judo van vroeger, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het Judo dat wij momenteel zien onveranderd moet blijven. Wij kunnen veranderingen in het Judo niet tegenhouden; leven is: ontwikkeling een kans geven. Juist daarom is het belangrijk om terug te kunnen grijpen naar de kennis en kunde uit het verleden.

Juist de Judo Kata moeten we onveranderd laten, zodat er over honderd jaar, nog steeds geput kan worden uit deze belangrijke traditionele informatiebron. Op die manier hoeft niet iedere generatie opnieuw het wiel uit te vinden, maar kan voortbouwen op de ervaringen van eerdere generaties. Op deze manier is de toekomst en evolutie van het Judo gewaarborgd. Mede daarom is het ook belangrijk dat de Judo Kata, die namens de Dai Nippon Butokukai door de Busen werden onderwezen in de tijd dat Jigoro Kano nog leefde in stand worden gehouden. Daarnaast is er genoeg ruimte om nieuwere versies van de Kata en eventueel nieuw te ontwikkelen Kata een plaats te geven in het Judo-onderwijs.

Geen mens is gelijk, ondanks het feit dat we qua uiterlijk overeenkomsten hebben (zoals twee benen, twee armen, gewrichten). Hierdoor is het ook meer dan normaal dat de Kata door eenieder toch op een iets andere manier uitgevoerd worden. Maar let op, er mag niet getornd worden aan de principes van de huidige Kata en de principes van het Judo in het algemeen.

 

Het is het oog van de ware meester om te kunnen zien of een Judoka tijdens de uitvoering van een Kata, naast de vorm ook de essentie van de Kata beheerst en demonstreert.

 

In de periode voor de tweede wereldoorlog was er in Japan één grote, nationale overkoepelende organisatie waar alle traditionele Bujutsu en Budo disciplines waren onder gebracht, namelijk de Dai Nippon Butokukai. Deze organisatie heeft belangrijke invloed gehad op de ontwikkeling en beleving van het Judo. Na de tweede wereldoorlog is deze organisatie door het Amerikaanse bezettingsleger ontbonden. In die tijd was Japan door de internationale gemeenschap aan strenge regels gebonden, waardoor jaren later pas weer georganiseerd Budo beoefend kon worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Nederlandse Judo heeft vooral veel invloed gehad van Japanse leraren (jaren ‘50) die geschoold waren in de Budosenmon (Busen), het opleidingsinstituut van de Dai Nippon Butokukai. Hierdoor heeft Nederland de Judo Kata altijd gedoceerd en uitgevoerd volgens de Busen visie.

Op 18 september 1911 opende de Butokukai het Martial Arts College, gelokaliseerd naast de Butokuden. Dit college werd eerst Bujutsu Senmon Gakko genoemd (Martial Arts Special School). Deze naam werd later veranderd in Budo Senmon Gakko (Martial Way Special School). Deze opleiding was echter alleen toegankelijk voor mannen! De Butokukai was het werkelijke centrum als organisatie van de Japanse krijgskunsten. De Butokuden was de plek waarop de Budo Juhapin (de 18 krijgswegen) werden behouden, gedoceerd en ontwikkeld tot het allerhoogste niveau, met de meest deskundige leraren uit de diverse disciplines. Afgestudeerden van de Busen stonden bekend als Japans meest gerespecteerde en hoog opgeleide Budoleraren.

                     Isogai HajimeIsogai Hajime performing Koshiki no Kata

Isogai Hajime, één van Kano’s topleerlingen, was de eerste technisch directeur van de Judo-afdeling. Naito Takaharu was verantwoordelijk voor de Kendo-afdeling. In 1914 publiceerde een hooggeplaatste Japanse politiebeambte, Nishikubo Hiromichi, een reeks artikelen en stelde dat de Japanse krijgskunsten Budo zouden moeten worden genoemd, in plaats van Bu-jutsu. In 1919 werd Nishibuko hoofd van de Bu-jutsu Senmon Gakko en gaf onmiddellijk opdracht om de naam te veranderen in Budo Senmon Gakko. De algemene roepnaam of bijnaam voor deze opleiding was Busen. Later begon men in de Dai Nippon Butokukai publicaties te bespreken over Budo; Kendo, Judo en Kyudo in plaats van Bu-Jutsu; Ken-Jutsu, Ju-Jutsu, en Kyu-Jutsu. Het Ministerie van Onderwijs volgde deze benadering; in 1926 en in 1931 begon het woord Budo naar verplichte ideologische instructie, in de Japanse openbare scholen te verrijzen.

De overkoepelende organisatie, Dai Nippon Butokukai had grote invloed op Budo in het algemeen en Judo in het bijzonder. De Budosenmon Gakko (Busen) was de roemruchtige, professionele lerarenopleiding van de Butokukai. Mede door de ontwikkeling van Judo als wedstrijdsport (Olympische Spelen Tokyo, 1964) raakte het bestuderen en beleven van traditionele Kata na de tweede wereldoorlog op de achtergrond.

Echter, oude leraren die de Busenopleiding hadden gevolgd bleven met name in de omgeving van Kyoto de Kata nog altijd doceren, zoals dat voor de oorlog aan hun geleerd was. Vanaf 1960 nam de Kodokan actief de draad weer op en begon met nieuwe studies om de Kata te reviseren. Er bleven echter veel verschillende uitvoeringen en interpretaties van de kata in omloop. Vanaf eind jaren '80 heeft de Kodokan de kata studie geïntensiveerd wat uiteindelijk geleid heeft tot katawedstrijden. De Busen traditie ziet kata als middel om kwaliteiten te ontwikkelen, in stand te houden en te tonen bij examens om te zien of iemand in staat is om een bepaalde graad te bemachtigen.

In Japan werd het initiatief genomen door toonaangevende martial arts grootmeesters om krijgskunsten te bundelen d.m.v. een overkoepelend bestuursorgaan voor de diverse traditionele krijgskunsten. In 1895 werd de Dai Nippon Butokukai (Great Japan Martial Virtue Society) opgericht. Deze organisatie had als doel om de krijgskunsten controleren, conserveren als cultureel erfgoed en ze geestelijk verbinden met het systeem en doelstellingen van de Keizer. In de oprichtingsstatuten van de Dai Nippon Butokukai staat dat de centrale Dojo in Kyoto moet staan en dat er een inspecteur van Keizererlijke bloede aangesteld moet zijn. De Dai Nippon Butokukai was de eerste organisatie die volledige ondersteuning kreeg van de overheid. Het was tevens een organisatie die onderzoek verrichtte en ook certificaten uitreikte die hoog aangeschreven stonden.

In 1899 werd de Butokuden als officiële trainingshal (Honbu Dojo) en geopend. Dit was niet de eerste Butokuden, want in 794 werd in opdracht van keizer Kammu ook een centrale dojo opgericht om de Samurai militair te scholen. De Butokuden functioneerde als een soort uitvalsbasis voor krijgskunsten van de Butokukai en was gevestigd bij de historische Heian Shrine, vlak bij het keizerlijke paleis in Heian Jingu te Kyoto. Al snel kwamen Japans meest gerespecteerde leraren, vanuit alle disciplines, naar de Butokuden om te doceren en te demonstreren. Vandaag de dag staat deze dojo er nog steeds, maar wordt zelden of niet meer gebruikt.

In 1918, toen de Butokukai onder leiding van Oura Kanetake stond, werd het noodzakelijk geacht om gezamenlijke Kata te creëren. Het doel hiervan was om iedereen dezelfde Kata te laten beoefenen en op deze manier eenheid te creëren. Jigoro Kano, de grondlegger van het moderne Judo kreeg de opdracht om dit in goede banen te leiden. Ook de Kendo afdeling werd in deze periode verzocht om de Kata te standaardiseren.

De werkgroep onder leiding van Kano bestond uit 19 gerenommeerde leraren uit verschillende Jujutsu scholen. Kano gaf in het boek Mind over Body aan dat de verschillende Kata, na vele discussies, uiteindelijk zo zijn geformuleerd zoals zij heden ten dage bekend zijn. Vooral Katame no Kata en Kime no Kata zorgden voor meningsverschillen. Ook het aantal technieken van sommige Kata werd aangepast. Zo werd het Kime no Kata pas rond 1930 in de huidige vorm met 20 technieken gegoten! Tot die tijd bestond het uit de 10 technieken van het Kata wat tegenwoordig bekend is als Kime Shiki.

De tweede wereldoorlog bracht Japan in grote problemen en wordt beschouwd als een zwarte bladzijde in de geschiedenis van een land met een rijke traditie. Na de oorlog werden vele nationale wetten en verordeningen afgeschaft door het Amerikaans bezettingsbeleid. De positie van de keizer bleef echter gehandhaafd onder voorwaarde dat hij afstand nam van zijn goddelijke status. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 moest er veel veranderen om vergelijkbare situaties in de toekomst te voorkomen. Zo werd bijvoorbeeld het leger afgeschaft en de Butokukai werd vrijwillig ontbonden. General Mac Arthur, onder wiens leiding de General Head Quarters de veranderingen in Japan aanstuurde, verbood het beoefenen van krijgskunsten. In 1952 kreeg Japan haar soevereiniteit terug.

Het verhaal gaat dat, na vele jaren van politieke druk vanuit vroegere toonaangevende leraren, Generaal Mac Arthur de Kodokan toestond om in het kader van culturele en lichamelijke opvoeding, het Judo-onderwijs weer grootschalig op te zetten. De vroegere leraren van de Dai Nippon Butokukai die hun Judo-carrière wilden voortzetten waren verplicht hun diensten aan de Kodokan aan te bieden. Dit gaf de Kodokan de mogelijkheid hun positie te versterken en een krachtige Judo organisatie te worden. Een belangrijke voorwaarde hiervoor was dat de elementen krijgskunst en militairisme geen prominente plaats mochten krijgen binnen het Judo-onderwijs. Judo werd als sport (fysieke trainingsmethode) en karaktervormende discipline gepresenteerd. Omdat de militaire indoctrinatie en Budo nu verboden waren op scholen, introduceerden de Japanse fysieke opvoeders actief de nieuwe Amerikaanse lichamelijke opvoedingsmethode.

De organisatie Dai Nippon Butokukai viel uiteen in diverse nationale bonden. De Nationale Kampioenschappen voor Boogschieten (Kyudo) en Judo werden in 1948 hervat. De Amateurfederatie voor het Kyudo en de Judo-federatie(All Japan Judo Federation) werden in 1949 opgericht. De bonden voor Kendo, Naginata en Karate-do werden respectievelijk in 1952, 1954, en 1966 opgericht.

Tijdens de oorlog is veel informatie verloren gegaan. Sommige informatie, vooral met betrekking tot het militaire regime is bewust vernietigd. Andere informatie is verloren gegaan door het overlijden van experts. Gelukkig is veel kennis over de interpretatie van techniek en kata en de kenmerkende regionale eigenschappen van Budo en in het bijzonder Judo bewaard gebleven. Na de tweede wereldoorlog is er een nieuwe ontwikkeling ingezet, vanuit waar we nu nog met Judo bezig zijn.

In het boek Formal Techniques staat uitgelegd dat de beleving en bestudering van Kata een hoogtepunt bereikte rond het overlijden van Kano, die veel nadruk legde op de studie van Kata.  In die voorgaande periode waren zowel Randori als Kata de twee belangrijkste pijlers van het Judo. Echter, maar toen na de tweede wereldoorlog de Judoka de weg naar de Dojo weer hadden gevonden, werd het land steeds meer beïnvloed door Amerikaanse/westerse invloeden en sport ging een prominentere rol spelen binnen het Judo. Toen rond 1950 Judo in de westerse landen steeds meer werd beoefend, had dat tot gevolg dat Katabeoefening nog verder in de verdrukking kwam. Ook de leraren van de Kodokan bemerkten dat en trachtten op verschillende manieren deze tendens te doorbreken. Zo werd er in 1956 het Goshin Jutsu no Kata ontwikkeld en werd in 1960 een commissie in het leven geroepen om de Kata opnieuw te bestuderen en te herzien om ze zo te standaardiseren. Later in de jaren ’80 zijn er opnieuw aanpassingen geweest m.b.t. de uitvoering van de Judo kata in de Kodokan.

Tegenwoordig zien we een verruiming van Judobeleving en -benadering. Judo als sport heeft zijn plek gevonden, maar Judo heeft ook een pedagogische waarde en blijft bovendien altijd de relatie houden met de krijgskunst. Mede doordat Judo nog altijd zijn wortels heeft in de krijgskunst, wordt heden ten dagen de vraag naar Kata weer groter en dan voornamelijk de vraag naar de originele uitvoering van Kata zoals in de tijd van Jigoro Kano of in ieder geval naar de traditionele opvatting van Kata. De Busen Kata, beschreven in het boek Busen Judo Kata, (de Korte & Kruyning 2008) refereren grotendeels aan deze benadering en beleving van de Judo kata.